BEHANDELINGEN

Parodontologie is een erkende specialisatie binnen de tandheelkunde. Hierbij wordt gefocust op de steunweefsels rondom de tanden, namelijk het tandvlees en het kaakbot.

Deze twee structuren maken deel uit van het parodontium.

Een gezond parodontium is essentieel voor het behoud van de tanden op lange termijn en voor een goede algemene gezondheid. Een degelijke screening op basis van tandvleesmetingen en eventuele bijkomende radiografieën zijn hierbij primordiaal.

In de praktijk behandelen we tandvleesinfecties in verschillende vormen en gradaties. Deze worden meestal gekenmerkt door bloedend, rood en gezwollen tandvlees. De symptomen zijn niet altijd zichtbaar waardoor tandvleesontstekingen vaak onopgemerkt aanwezig kunnen zijn.

Wanneer een oppervlakkige ontsteking van het tandvlees te lang aanhoudt, kan deze zich vaak pijnloos uitbreiden in een diepere en uitgebreide tandvleesinfectie, genaamd parodontitis. Hierbij wordt het onderliggend kaakbot aangetast. In latere stadia manifesteert dit zich in losstaande tanden, het onstaan van grotere ruimtes tussen de tanden, terugtrekkend en/of loshangend tandvlees, etc.

Tal van muco-gingivale chirurgie of tandvleescorrecties worden uitgevoerd in de praktijk. 


Gingivectomie en klinische kroonverlenging

Tandvleeshypertrofie of overtollig tandvlees kan leiden tot esthetische problemen onder de vorm van korte en kleine tanden. Dit wordt veroorzaakt doordat het tandvlees te veel van de tandkroon bedekt. Tevens kan overtollig tandvlees het poetsen bemoeilijken.
Bij een gingivectomie wordt het overschot aan tandvlees weggenomen. 

Bij een klinische kroonverlenging wordt ook het overtollig tandvlees weggenomen en wordt bijkomend een lichte botcorrectie uitgevoerd. Dit wordt toegepast om een meer symmetrisch en harmonisch tandvleesniveau te bekomen. 

 

Recessiebedekkingen

Bij terugtrekkend tandvlees kunnen de tandwortels bloot komen te liggen. Dit kan leiden tot zowel estethische als functionele problemen zoals moeilijkheden bij het poetsen en een verhoogde gevoeligheid en vatbaarheid voor infecties. 
Bij een recessiebedekking wordt het verloren gegane tandvlees weer opgebouwd.

Verloren gegane tanden kunnen vervangen worden door implantaten. Een implantaat is een titanium kunstwortel die in het kaakbeen wordt geplaatst.

 

Wanneer u één tand mist, kan deze vervangen worden door één implantaat. Vervolgens kan  uw tandarts op het implantaat een implantaatskroon plaatsen.

Wanneer u meerdere tanden mist, kan een brug worden geplaatst op meerdere implantaten.

Wanneer u een niet-stabiele prothese heeft, kan het plaatsen van implantaten de stabiliteit verbeteren. 

 

Deze chirurgische ingreep wordt uitgevoerd in de praktijk en is in het algemeen een kleine ingreep met weinig post-operatieve ongemakken. Deze ingreep wordt enkel uitgevoerd bij patiënten met een goede algemene gezondheid en gezond tandvlees.

De praktijk is uitgerust met de meest recente digitale beeldvorming. Deze helpt de parodontoloog bij het stellen van de correcte diagnose.

Voor het plaatsen van een implantaat wordt steeds een 3D CBCT-scan gemaakt. Deze scan dient om de optimale chirurgische planning op te stellen op basis van de kwaliteit en de volumes van het bot. In specifieke en meer complexe gevallen kan de digitale planning worden omgezet naar een chirurgische boormal. Dit geeft als voordeel dat de implantaten uiterst nauwkeurig kunnen worden geplaatst.

In de praktijk worden éénvoudige en complexe tandextracties uitgevoerd (“het trekken van tanden”). Deze worden altijd zo atraumatisch mogelijk uitgevoerd met respect voor het aanliggende bot en tandvlees.

Wanneer op deze plaats de tand dient te worden vervangen (dmv een conventionele brug of implantaat), wordt meestal gebruik gemaakt van de l-prf methode. Hierbij wordt bloed afgenomen bij de patiënt.  Vervolgens wordt het bloed gecentrifugeerd.

Het eindproduct na de centrifugatie is een slijmerige massa, die wordt verwerkt tot membranen. Deze membranen zijn in feite een “verbeterde bloedklonter” doordat deze zijn opgebouwd uit een verhoogde concentratie van fibrine, witte bloedcellen en geactiveerde bloedplaatjes. Wanneer deze worden aangebracht in de extractieholte, zorgt dit voor een verbeterde heling met minder post-operatieve pijn en een verlaagd risico op infectie.

Halitosis of een slechte ademgeur ontstaat meestal vanuit de mond. Bij voorkeur wordt dan ook de oorzaak in de mond gezocht alvorens andere onderzoeken uit te voeren. Na een juiste diagnose is meestal de behandeling relatief eenvoudig.

PARO LOPPEM

Autobaan 7/0001, 8210 Loppem (BE)

info@paroloppem.beTel.: +32 (0) 50 12 33 22